Zeven fouten waardoor slakken je sla blijven opeten

door admin
13 keer bekeken
Zeven fouten waardoor slakken je sla blijven opeten

Je zaait, je plant uit en een paar nachten later is er van je sla alleen nog een kaal stompje over. Meestal ligt dat niet aan pech, maar aan een paar gewoontes die slakken juist in de kaart spelen. Gelukkig kun je de meeste fouten zonder slakkenkorrels herstellen.

Je geeft ’s avonds water

Slakken zijn vooral actief in de avond en nacht, en ze houden van vocht. Wie na het eten de moestuin besproeit, dekt als het ware de tafel. De grond blijft de hele nacht nat en de slakken kruipen moeiteloos over de bedden.

Water daarom ’s ochtends, zodat het oppervlak overdag kan opdrogen. Geef liever minder vaak en dan flink, direct bij de wortels, dan elke dag een beetje over alles heen. Een droge bovenlaag is voor slakken een stuk minder aantrekkelijk.

Je laat schuilplekken liggen

Overdag verstoppen slakken zich op koele, vochtige plekken. Denk aan plantenpotten die op de grond staan, stapels hout, planken, losse stenen, dichte bladeren en een hoop snoeiafval naast het bed. Wie die plekken laat liggen, houdt de slakken letterlijk in de buurt van de sla.

Ruim de randen van de moestuin op en til potten en planken op stelten. Je kunt ook bewust een plank neerleggen als lokplek. Controleer die in de ochtend en haal de slakken er dan af. Zo gebruik je hun gewoonte in je eigen voordeel.

Je grijpt pas in als de schade er is

Veel tuinders reageren pas als de eerste planten zijn aangevreten. Dan zijn de slakken er al, en hebben ze vaak eitjes gelegd in de grond. Die eitjes zijn kleine, doorschijnende bolletjes die je tussen vochtige aarde en onder stenen kunt vinden.

Begin daarom vroeg in het seizoen. Kijk in het voorjaar en na een regenachtige periode extra goed rond je jonge planten. Een rondje met een zaklamp na een regenbui laat zien hoeveel slakken er werkelijk zijn.

Je rekent op één methode

Een biertrap, koffiedik of een kringetje zaagsel werkt soms een beetje, maar zelden voldoende. Koffiedik en zaagsel verliezen hun effect zodra ze nat worden. Wie op één trucje vertrouwt, is na de eerste regenbui weer terug bij af.

Combineer liever. Verzamel slakken ’s avonds met de hand, houd de bedden opgeruimd, bescherm jonge planten met een kraag van een afgesneden fles en kies minder slakkengevoelige gewassen. Zo bouw je meerdere drempels op in plaats van één die snel bezwijkt.

Je negeert de natuurlijke vijanden

Egels, padden, vogels, loopkevers en hagedissen eten slakken. Een nette, kale tuin biedt hen weinig onderdak, waardoor de slakken vrij spel krijgen. Een hoekje met een stapeltje takken, een bescheiden composthoop of een klein poeltje trekt deze helpers aan. Zet dat wel op afstand van je sla, zodat het niet tegelijk een slakkenhotel wordt.

Daarnaast bestaat er een biologische aanpak met aaltjes. Wie wil weten hoe je slakken bestrijden kunt met nematoden, vindt daar uitleg over dit middel. Het gaat om microscopisch kleine wormpjes die je met water over de grond uitbrengt en die de slakken in de bodem aantasten. Dat werkt het best bij vochtige grond en een geschikte temperatuur, dus lees de gebruiksaanwijzing goed. Een garantie op een slakkenvrije tuin bestaat niet, maar het is wel een gifvrije aanvulling op de rest.

Je plant te dicht op elkaar

Een dicht gewas houdt vocht vast en geeft schaduw, precies wat slakken zoeken. Sla die tegen elkaar aan groeit, vormt een ideaal verblijf. Geef planten ruimte, haal onderste bladeren weg die de grond raken en wied regelmatig. Een luchtiger bed droogt sneller op en maakt het makkelijker om slakken te vinden.

Wat je dit seizoen anders doet

Als je maar drie dingen aanpakt, kies dan deze: water ’s ochtends, ruim schuilplekken op en controleer vroeg in het seizoen. Voeg daar een of twee extra maatregelen aan toe, zoals handmatig verzamelen of aaltjes. Slakken verdwijn je nooit helemaal, maar met deze aanpassingen blijft er van je sla aanzienlijk meer over.

Vergelijkbare artikelen