Kelder dichtstorten: zo pak je het verantwoord aan

door Klaas
6 keer bekeken
kelder dichtstorten

Een kelder dichtstorten betekent dat je de ruimte definitief opvult, bijvoorbeeld met zand of schuimbeton, en de bovenkant afwerkt als vloer. Dat kan handig zijn als je de kelder niet meer gebruikt, maar het is geen eenvoudige klus: de vulling verandert de belasting op de keldervloer en de constructie van je huis.

Laat daarom eerst een constructeur beoordelen welke vulling geschikt is en of de bestaande vloer en wanden kunnen blijven zitten. Een dichtgestorte kelder kun je daarna niet zomaar meer gebruiken of inspecteren.

Wanneer is een kelder dichtstorten een optie?

Opvullen kan een keuze zijn als je de ruimte niet meer nodig hebt en de toegang wilt laten vervallen. Je verliest daarmee wel opslagruimte en toegang tot eventuele leidingen onder de nieuwe vloer.

Heb je vooral last van lekkage? Dan is dichtstorten niet vanzelf de oplossing. Water kan nog steeds tegen de kelderconstructie drukken en vocht kan zich via andere delen van het gebouw verplaatsen. Vergelijk de ingreep daarom met het herstellen van de lekkage voordat je de ruimte opgeeft.

Waarmee kun je een kelder opvullen?

Je hoeft een kelder niet volledig met gewoon beton te vullen. Er zijn verschillende materialen mogelijk, met elk hun eigen gevolgen voor het gewicht en de uitvoering:

  • Zand: kan geschikt zijn als aanvulling, maar is zwaar en moet goed worden verdicht om latere verzakking van de vloer te beperken.
  • Schuimbeton: is een licht, vloeibaar vulmateriaal dat ook lastig bereikbare delen kan vullen. Het moet geschikt zijn voor de gewenste vloeropbouw en belasting.
  • Gewoon beton: is zwaar. Een hele kelder hiermee vullen is daarom niet vanzelfsprekend geschikt voor de bestaande constructie.

De juiste keuze hangt onder meer af van de draagkracht van de keldervloer, de hoogte van het grondwater en wat er boven de kelder komt. Ook de bereikbaarheid speelt mee: materiaal moet via de toegang of een opening naar binnen kunnen.

Een kelder dichtstorten in stappen

De uitvoering verschilt per woning, maar verloopt meestal in deze volgorde:

  1. Laat de constructie beoordelen. Een constructeur bekijkt de vloer, muren en fundering en bepaalt welke belasting mogelijk is. Verwijder geen dragende muren of keldervloer op eigen initiatief.
  2. Breng leidingen en aansluitingen in kaart. Bepaal welke kabels en leidingen moeten blijven werken en toegankelijk moeten blijven. Laat ongebruikte aansluitingen zo nodig veilig verwijderen of afsluiten.
  3. Maak een plan voor grondwater en vocht. Een kelder die water binnenlaat, moet ook na het opvullen veilig deel blijven uitmaken van de woning. Pomp water niet zomaar weg om daarna te vullen: dat kan gevolgen hebben voor de druk op de constructie en de omgeving.
  4. Vul de ruimte volgens het ontwerp. Bij zand gebeurt dat doorgaans in lagen die worden verdicht. Schuimbeton wordt ingebracht volgens het plan van de uitvoerder.
  5. Werk de bovenzijde af. De vloeropbouw moet passen bij het vulmateriaal en het toekomstige gebruik. Ook de voormalige toegang wordt veilig afgesloten.

Vergunning en kosten

Of je een vergunning nodig hebt, hangt af van de werkzaamheden en de woning. Bij wijzigingen aan de draagconstructie kunnen regels gelden. Via het Omgevingsloket kun je nagaan wat voor jouw plannen geldt; de gemeente kan ook aangeven welke gegevens nodig zijn.

De kosten hangen vooral af van de inhoud van de kelder, het gekozen materiaal, de bereikbaarheid en de vloerafwerking. Vraag bij een offerte om een uitsplitsing van het materiaal, de aanvoer, het vullen en het afsluiten van de toegang. Zo zie je ook of onderzoek door een constructeur is inbegrepen.

Meet voor een eerste hoeveelheid de lengte, breedte en diepte van de ruimte. Een kelder van bijvoorbeeld 3 bij 2 meter en 2 meter diep heeft een inhoud van ongeveer 12 kubieke meter. De werkelijke hoeveelheid vulling kan afwijken door de vloeropbouw en onderdelen die in de kelder blijven zitten.

Vergelijkbare artikelen