Een strokenfundering bestaat uit doorlopende stroken beton onder de dragende muren van een gebouw. De stroken verdelen het gewicht van de muren over een breder oppervlak van de grond. Dit type fundering is geschikt als de bodem op een bereikbare diepte voldoende draagkrachtig is.
Je komt een strokenfundering onder meer tegen bij woningen, aanbouwen en garages. Of ze ook voor jouw bouwplan geschikt is, hangt af van de grond en het gewicht dat de stroken moeten dragen.
Hoe werkt een strokenfundering?
Een muur geeft zijn gewicht door aan de funderingsstrook eronder. Die strook is breder dan de muur, waardoor het gewicht over meer grond wordt verdeeld. Zo wordt de druk op de bodem kleiner dan wanneer de muur rechtstreeks op de grond zou staan.
De stroken lopen onder de dragende buitenmuren en, als dat nodig is, onder dragende binnenmuren. Ze vormen geen gesloten betonplaat onder het hele gebouw. De vloer en de ruimte tussen de stroken kunnen daarom een eigen opbouw hebben.
Een strokenfundering is een vorm van funderen op staal. Dat betekent dat de fundering rechtstreeks op een draagkrachtige bodem rust. Het woord staal verwijst hier niet naar het materiaal van de fundering.
Wanneer zijn funderingsstroken geschikt?
Funderingsstroken zijn vooral een optie wanneer een stevige grondlaag, zoals zand, dicht genoeg onder het maaiveld ligt. Ook moet de bodem onder de verschillende stroken voldoende gelijkmatig zijn. Anders kan het ene deel van het gebouw meer zakken dan het andere, met scheuren als mogelijk gevolg.
Bij een lichte aanbouw kan een strokenfundering geschikt zijn, maar een laag gewicht alleen is niet genoeg om die keuze te maken. Ook de ondergrond en de aansluiting op het bestaande gebouw spelen mee. Een constructeur beoordeelt of de bodem de belasting aankan en hoeveel zetting, oftewel zakking van de grond, te verwachten is.
Bij slappe of sterk wisselende grond is een strokenfundering niet altijd verstandig. Ligt de draagkrachtige laag diep, dan kan een andere funderingsoplossing nodig zijn.
Breedte en diepte van een strokenfundering
Er is geen vaste breedte die voor iedere funderingsstrook werkt. De benodigde breedte hangt onder meer af van het gewicht van het gebouw en de draagkracht van de grond. Een constructeur bepaalt ook hoe dik het beton moet zijn en welke wapening nodig is.
De onderkant van de fundering ligt op draagkrachtige grond en wordt doorgaans vorstvrij aangebracht. Als richtlijn liggen funderingsstroken vaak ongeveer 70 tot 100 centimeter onder het maaiveld. De juiste diepte hangt af van de bodem en het ontwerp. Die richtlijn is dus geen maat om zonder berekening over te nemen.
Zo worden de stroken onder de muren gemaakt
Eerst worden sleuven uitgegraven op de plekken waar de dragende muren komen. De bodem van de sleuven moet geschikt en voldoende vlak zijn om de belasting te dragen. Waar nodig wordt een vorm gemaakt die het beton op zijn plaats houdt.
Daarna wordt de voorgeschreven wapening aangebracht en wordt het beton gestort. De stroken moeten de juiste breedte en hoogte krijgen en goed op elkaar aansluiten. Na voldoende uitharding kan de verdere bouw op de fundering plaatsvinden.
Voordelen en aandachtspunten
- Minder betonoppervlak: de stroken liggen alleen waar ondersteuning nodig is. Daardoor kan minder beton nodig zijn dan bij een volledige funderingsplaat.
- Geen palen nodig bij geschikte grond: als de bovenste bodemlagen voldoende draagkrachtig zijn, dragen de stroken rechtstreeks op de grond.
- Gevoelig voor verschillen in de bodem: ongelijke draagkracht kan leiden tot ongelijke zakking.
- Kosten verschillen per bouwplan: onder meer de lengte en afmetingen van de stroken, het grondwerk en de hoeveelheid beton bepalen de prijs.
Laat de ligging en afmetingen van de stroken vastleggen in een constructief ontwerp. Zo komen de funderingsstroken daadwerkelijk onder de muren die ze moeten dragen.
