Een dompelpomp in de kelder installeren: zo pak je het aan

door Klaas
5 keer bekeken
dompelpomp kelder installeren

Een dompelpomp in de kelder installeren doe je door de pomp op een stabiele, lage plek te zetten, een afvoerslang aan te sluiten en de vlotter vrij te laten bewegen. Sluit de pomp daarna aan op een veilige stroomvoorziening en test of hij bij stijgend water automatisch aanslaat.

Voor tijdelijk gebruik kan de pomp vaak op de keldervloer staan. Wil je water automatisch blijven afvoeren, dan is een bestaande pompput vaak praktischer: daarin verzamelt het water zich rond de pomp.

Waar plaats je de dompelpomp in de kelder?

Zet de pomp op de laagste plek waar het water naartoe loopt. De ondergrond moet vlak en stevig zijn, zodat de pomp niet omvalt. Ligt er modder of los vuil, plaats de pomp dan op een stevige, vlakke tegel. Let erop dat het water nog bij de aanzuigopening kan komen.

Een pomp met een losse vlotter heeft ruimte nodig. Die vlotter drijft mee met het water en schakelt de pomp aan en uit. Raakt hij een muur, slang of rand van de put, dan kan hij blijven hangen. In een smalle put kan een pomp met ingebouwde vlotter of niveausensor beter passen.

Is er nog geen pompput? Maak niet zomaar een gat in de keldervloer. Je kunt de constructie of de waterdichte laag beschadigen. Laat een geschikte put door een vakman beoordelen en aanleggen.

Dompelpomp kelder installeren in vier stappen

  • 1. Kies de afvoerplek. Leid het water naar een plek waar het mag worden geloosd en waar het niet terug de kelder in loopt. De gemeente kan aangeven welke lozing in jouw situatie is toegestaan.
  • 2. Sluit de slang aan. Bevestig een passende afvoerslang stevig op de pomp, bijvoorbeeld met een slangklem. Leg de slang zonder scherpe knikken en zorg dat het uiteinde niet kan losschieten.
  • 3. Plaats de pomp. Zet hem recht op de vloer of in de pompput. Zorg dat de aanzuigopening vrij is en dat een losse vlotter over de hele lengte kan bewegen.
  • 4. Sluit de stroom aan en test. Gebruik een geaard stopcontact met aardlekbeveiliging, op een droge plek boven het mogelijke waterpeil. Laat water in de put lopen en kijk of de pomp aanslaat en weer stopt.

Staat er water bij stopcontacten, kabels of apparaten? Ga dan niet het water in en raak de pomp of stekker niet aan. Schakel de stroom alleen uit als dat vanaf een droge, veilige plek kan en schakel anders een elektricien in.

Afvoer en automatische werking goed instellen

Het water moet soms omhoog worden gepompt voordat het de kelder verlaat. De maximaal opgegeven opvoerhoogte staat op de pomp, maar bij die hoogte is de opbrengst doorgaans veel lager dan de maximale capaciteit. Een lange of smalle slang en bochten verminderen de opbrengst verder. Kies daarom een pomp die bij de hoogte en lengte van jouw afvoer past.

Bij een vaste afvoerleiding kan een terugslagklep voorkomen dat water uit de leiding terug de pompput in stroomt. Zo hoeft de pomp niet steeds hetzelfde water opnieuw weg te pompen. Een aansluiting op het riool vraagt extra aandacht voor terugstromend rioolwater. Laat die aansluiting door een vakman beoordelen.

De vlotter bepaalt bij welk waterniveau de pomp start en stopt. Stel hem zo af dat de pomp niet droog blijft draaien. Volg daarbij de handleiding van de pomp. Niet iedere pomp zuigt de vloer volledig droog; daarvoor heb je een model nodig dat bij een laag waterniveau kan werken.

Na de installatie: testen en schoonhouden

Controleer tijdens de proef of er echt water uit de afvoerslang komt en of de aansluitingen droog blijven. Een brommende pomp zonder waterafvoer kan bijvoorbeeld een verstopte aanzuigopening of een geknikte slang hebben. Haal de stekker uit het stopcontact voordat je de pomp of vlotter schoonmaakt.

Een automatische pomp werkt alleen als er stroom is. Bij stroomuitval blijft water dus staan. Test de installatie daarom af en toe met een emmer water en verwijder vuil rond de aanzuigopening en vlotter, zodat de pomp klaarstaat wanneer het water in de kelder stijgt.

Vergelijkbare artikelen