Drainage in kleigrond: zo pak je een natte bodem aan

door Klaas
5 keer bekeken
drainage kleigrond

Drainage in kleigrond helpt overtollig water af te voeren, maar werkt alleen goed als het water de drainagebuis ook kan bereiken. Omdat klei van nature weinig water doorlaat, zijn de afstand tussen de buizen en de grond rondom de buis minstens zo belangrijk als de buis zelf.

Blijven er na een flinke regenbui langer dan een of twee dagen plassen staan? Of blijft de tuin lang drassig? Dan kan drainage een oplossing zijn. Onderzoek wel eerst of de overlast komt door verdichte klei, een hoge grondwaterstand of water dat van een terras naar de tuin stroomt. Die oorzaken vragen niet allemaal om dezelfde aanpak.

Waarom drainage in kleigrond anders werkt

Kleigrond bestaat uit zeer kleine deeltjes. Daartussen zitten minder grote openingen dan in bijvoorbeeld zandgrond. Daardoor zakt regenwater langzaam weg. Is de bodem ook nog verdicht, bijvoorbeeld door machines of doordat er vaak over natte grond wordt gelopen, dan gaat dat nog trager.

Een drainagebuis neemt alleen water op dat de buis bereikt. In zware klei kan de grond tussen de buizen lang nat blijven. Daarom liggen de buizen soms dichter bij elkaar dan in een goed doorlatende bodem. De geschikte afstand hangt af van de zwaarte van de klei, de wateroverlast en de mogelijkheden om water af te voeren.

Drainage is geen snelle oplossing voor elke plas. Loopt regenwater vanaf de bestrating naar één laag punt, dan kan het aanpassen van de afwatering van die bestrating logischer zijn. Bij een hoge grondwaterstand hangt het resultaat ook af van het waterpeil buiten je perceel.

Welke drainagebuis is geschikt voor klei?

Voor zware kleigrond worden zowel kale drainagebuizen als buizen met een kunststof omhulling gebruikt. Een omhulling kan helpen om gronddeeltjes buiten de buis te houden en water naar de openingen te leiden. Een voorbeeld is een PP-450-omhulling, die niet wegrot in zure kleigrond.

Een kale buis kan geschikt zijn voor zware klei, maar de keuze hangt ook af van de grond direct rond de buis. In een bodem met verschillende lagen of veel ijzer kan een andere uitvoering nodig zijn. Laat bij aanhoudende overlast de plaatselijke bodem beoordelen voordat je materiaal kiest.

De sleuf en bodem goed aanpakken

Het graven van sleuven in natte klei kan de wanden glad en dicht maken. Daardoor bereikt water de buis minder makkelijk. Werk daarom bij voorkeur wanneer de grond niet kletsnat is en voorkom dat je de bodem van de sleuf vastloopt.

Rond de buis wordt vaak grof, goed doorlatend materiaal gebruikt. Dat maakt het makkelijker voor water om vanuit de omliggende grond naar de buis te stromen. Vul niet blind de hele sleuf met willekeurig materiaal: de aansluiting tussen de klei, de sleufvulling en de buis bepaalt mee hoe goed het systeem werkt.

Een afvoerpunt moet het water ook daadwerkelijk kunnen ontvangen. Is dat er niet, dan verzamelt het water zich alleen op een andere plek.

De doorlaatbaarheid van klei verbeteren

Bij lichte overlast kun je eerst proberen de bovenlaag te verbeteren. Werk bijvoorbeeld compost door de bovenste grondlaag en voorkom dat je erop loopt als die erg nat is. Organisch materiaal helpt de bodemstructuur op langere termijn verbeteren. Dat is iets anders dan zware klei snel laten afwateren: het effect ontstaat geleidelijk.

Een dun laagje zand door klei mengen is meestal geen goede oplossing. Het kan de structuur juist vaster maken als de materialen ongelijk worden gemengd. Blijft de grond ondanks verbetering lang nat, dan kan drainage alsnog nodig zijn.

Begin bij het natste deel van de tuin en kijk hoe het water zich na regen verspreidt. Zo voorkom je dat je buizen legt op een plek waar de klei niet de belangrijkste oorzaak van de overlast is.

Vergelijkbare artikelen