Een buitenkraan aanleggen via de kruipruimte doe je door een aftakking te maken op een koudwaterleiding en de nieuwe leiding onder de vloer naar de gevel te brengen. Daar gaat de leiding door de muur en sluit je de buitenkraan aan. Zo blijft de leiding uit het zicht, maar je moet wel veilig in de kruipruimte kunnen werken.
Een geschikte route door de kruipruimte kiezen
Kies een plek voor de kraan waar je goed bij kunt, bijvoorbeeld dicht bij het terras of de plek waar je de tuinslang gebruikt. Zoek vervolgens in de kruipruimte een koudwaterleiding waarvan je een aftakking kunt maken. Een korte route met weinig bochten maakt de aanleg eenvoudiger en beperkt de lengte van de leiding waarin water kan blijven staan.
Bevestig de leiding met passende beugels aan de muur of de onderkant van de vloer. Laat haar niet los op de bodem liggen: daar is de kans op beschadiging en vocht groter. Zorg dat koppelingen en de afsluiter bereikbaar blijven.
Voor het maken van de doorvoer moet je weten waar andere leidingen lopen en of de muur dragend is. Boor niet zomaar door een fundering. Een doorvoer onder het maaiveld vraagt ook om een waterdichte afdichting. Laat de route beoordelen door een vakman als je niet zeker weet waar je veilig kunt boren.
Buitenkraan aanleggen via kruipruimte in stappen
- Sluit het water af. Draai de hoofdkraan dicht en open een kraan om de druk van de leiding te halen. Vang achtergebleven water op.
- Maak een aftakking. Plaats een passend T-stuk op de koudwaterleiding. Zet in de nieuwe leiding een afzonderlijke afsluiter met aftapmogelijkheid, op een bereikbare en vorstvrije plek.
- Leg de leiding aan. Voer de leiding door de kruipruimte naar de gevel en zet haar vast met beugels. Gebruik leiding en koppelingen die geschikt zijn voor drinkwater en bij elkaar passen.
- Maak de muurdoorvoer. Breng de leiding door de gevel en dicht de opening rondom af tegen vocht en ongedierte. Bescherm de leiding tegen scherpe randen.
- Monteer de kraan. Schroef de muurplaat stevig op de gevel en sluit de kraan aan. De muurplaat vangt de kracht op wanneer je de kraan gebruikt, zodat je niet aan de leiding trekt.
- Test de aansluiting. Open de hoofdkraan langzaam en kijk bij alle koppelingen en de muurdoorvoer of er water lekt. Spoel de nieuwe leiding daarna door.
Vorst en terugstromend water voorkomen
Een kruipruimte is niet vanzelf vorstvrij. Leidingisolatie vertraagt afkoeling, maar voorkomt niet altijd dat stilstaand water bevriest. Plaats daarom de afsluiter op een plek die bij vorst toegankelijk en vorstvrij blijft. Met een aftapmogelijkheid kun je het kwetsbare leidingdeel leegmaken.
Een vorstvrije buitenkraan is een alternatief, maar werkt alleen goed als hij geschikt is voor de muur en volgens de instructies wordt geplaatst. Ook de ruimte achter de muur moet vorstvrij zijn. Laat bij koud weer geen tuinslang aan de kraan zitten.
Voorkom ook dat water uit een tuinslang terug de drinkwaterleiding in stroomt. Kies een buitenkraan met een passende ingebouwde terugstroombeveiliging of laat een geschikte beveiliging plaatsen.
Zelf doen of laten aanleggen?
Zelf een buitenkraan via de kruipruimte aanleggen kan als je ervaring hebt met waterleidingen en er voldoende werkruimte is. Een vochtige, krappe kruipruimte of een lastige geveldoorvoer maakt de klus moeilijker. Ook een koppeling die niet goed vastzit, kan onder de vloer onopgemerkt gaan lekken.
De kosten hangen vooral af van de lengte van de leiding, de gekozen kraan en de bereikbaarheid van de kruipruimte. Bij een huurwoning vraag je eerst toestemming aan de verhuurder, omdat je de waterleiding en gevel aanpast.
Laat een installateur het werk uitvoeren als je de aftakking of muurdoorvoer niet veilig kunt maken. Zo voorkom je dat een kleine lekkage onder de vloer lange tijd verborgen blijft.
