De belangrijkste soorten fundering zijn funderingen op staal en paalfunderingen. Een fundering op staal draagt het gewicht direct over op de grond, bijvoorbeeld met betonstroken, een plaat of poeren. Een paalfundering brengt de belasting via palen naar diepere grondlagen. Welke soort past, hangt onder meer af van de bodem en het gewicht van het gebouw.
Soorten fundering: ondiep of diep
Funderingen zijn grofweg in twee groepen te verdelen. Bij een ondiepe fundering rust de constructie op de grond vlak onder het gebouw. Dat heet ook funderen op staal. De naam is verwarrend: er is geen stalen constructie voor nodig.
Bij een diepe fundering brengen palen het gewicht naar dieper gelegen grond. Ze kunnen steunen op een draagkrachtige laag en ook draagkracht ontlenen aan wrijving tussen de paal en de grond eromheen.
Het verschil zie je bijvoorbeeld bij twee aanbouwen die even groot zijn. Ligt er bij de ene aanbouw stevig zand dicht onder het oppervlak, dan kan een ondiepe fundering geschikt zijn. Is de bovenlaag bij de andere aanbouw slap, dan kunnen palen nodig zijn.
Verschillende vormen van ondiepe funderingen
Een ondiepe fundering verdeelt het gewicht over een oppervlak dat groot genoeg is voor de draagkracht van de grond. Hoe dat gebeurt, verschilt per vorm.
- Strookfundering: brede stroken, meestal van beton, ondersteunen de dragende muren over hun lengte.
- Plaatfundering: een betonnen plaat onder het gebouw verdeelt de belasting over een groot oppervlak.
- Puntfundering: afzonderlijke steunpunten, zoals betonpoeren, dragen plaatselijke belastingen van bijvoorbeeld kolommen.
Een strook kan goed passen bij een gebouw waarvan de belasting vooral via de muren naar beneden komt. Een plaat verdeelt het gewicht over een groter deel van de bodem. Dat betekent niet dat een plaat op elke slappe ondergrond geschikt is: ook dan kan de grond te weinig draagkracht hebben of ongelijkmatig zakken.
Een puntfundering past vooral bij een constructie met losse draagpunten. Tussen die punten moet de constructie de belasting wel kunnen overbruggen. Bij een woning met dragende muren ligt een doorlopende ondersteuning daarom meer voor de hand.
Welke soorten palen zijn er?
Als een ondiepe fundering niet geschikt is, zijn er verschillende manieren om de belasting met palen over te brengen. De paalsoort en de manier van plaatsen bepalen mede hoeveel ruimte, geluid en trillingen het werk oplevert.
- Betonnen heipalen: vooraf gemaakte palen die de grond in worden geslagen; daarbij kunnen geluid en trillingen ontstaan.
- Schroefpalen: palen die in de grond worden gedraaid, meestal met minder trillingen dan bij heien.
- Boorpalen: palen die in de grond worden gevormd door te boren en beton met wapening aan te brengen.
- Stalen buispalen: stalen buizen die als funderingspaal dienen en afhankelijk van het ontwerp bescherming tegen corrosie nodig kunnen hebben.
- Houten palen: vooral te vinden onder oudere gebouwen; als hout boven het grondwater komt, kan het gaan rotten.
Schroefpalen zijn er in verschillende uitvoeringen. Sommige zijn van staal, bij andere speelt beton een rol. Hoeveel gewicht een schroefpaal kan dragen, hangt af van het ontwerp, de afmetingen, de grond en de uitvoering. Een schroefpaal is dus niet automatisch alleen geschikt voor een lichte constructie.
Een paalfundering kan ook met een betonnen plaat of met funderingsbalken worden gecombineerd. De plaat of balken verbinden de constructie met de palen. De aanwezigheid van een plaat betekent dus niet altijd dat een gebouw zonder palen is gefundeerd.
Welke funderingssoort past bij je bouwplan?
De keuze begint bij de bodem onder de bouwplek. Stevig zand dicht aan het oppervlak kan een ondiepe fundering mogelijk maken. Bij samendrukbare lagen, zoals veen of sommige kleilagen, is de kans groter dat een paalfundering nodig is. Ook op zand kunnen palen nodig zijn, bijvoorbeeld als de bovenste laag niet genoeg draagkracht heeft.
Daarna telt mee hoe het gewicht wordt overgebracht. Een woning met zware dragende muren stelt andere eisen dan een lichte overkapping op enkele staanders. Een constructeur beoordeelt daarom niet alleen het totale gewicht, maar ook waar de belasting op de fundering komt.
De ruimte rondom het werk speelt eveneens mee. Naast bestaande bebouwing kan een methode met weinig trillingen gunstig zijn. Daar staat tegenover dat niet elke machine overal bij kan en dat de bodem bepaalt welke techniek uitvoerbaar is.
Een ondiepe fundering is bij een geschikte bodem vaak eenvoudiger en goedkoper dan een fundering met palen. Palen vragen meestal meer materieel en werk, maar kunnen nodig zijn om een gebouw goed te ondersteunen. De goedkoopste vorm is daarom niet altijd een geschikte keuze.
Veelgestelde vragen over soorten fundering
Is een fundering op staal gemaakt van staal?
Nee. De term betekent dat de fundering direct op de draagkrachtige grond rust. De fundering zelf kan bijvoorbeeld van beton zijn gemaakt.
Zijn schroefpalen altijd trillingsvrij?
Schroefpalen worden doorgaans met weinig trillingen geplaatst, maar de hoeveelheid trillingen hangt af van de techniek en de omstandigheden. Ze zijn daarom vaak een alternatief voor heien, zonder dat elke vorm van hinder uitgesloten is.
Kun je schroefpalen zelf plaatsen?
Voor sommige lichte constructies zijn schroefpalen verkrijgbaar die je zelf kunt aanbrengen. Bij een woning of aanbouw moet de fundering passen bij de belasting en de bodem; daarvoor zijn een ontwerp en een beoordeling door een constructeur nodig.
Vergelijk funderingstypen daarom niet alleen op hun vorm, maar ook op wat ze dragen en op welke grond ze rusten. Dat verschil bepaalt of een strook, plaat, steunpunt of paal de juiste basis vormt.
