Hoeveel afschot heeft riolering nodig?

door Klaas
10 keer bekeken
afschot riolering

Het afschot van riolering is voor liggende verzamelleidingen van afvalwater volgens NEN 3215 5 tot 20 millimeter per meter. Dat betekent dat de leiding per meter lengte 0,5 tot 2 centimeter daalt in de richting van de afvoer. Een veelgebruikte praktische richtlijn binnenshuis is 10 millimeter per meter.

Met dit hoogteverschil stroomt afvalwater door de zwaartekracht weg. Het is daarbij niet de bedoeling dat de buis halverwege omhoogloopt of doorhangt.

Afschot riolering berekenen

Voor de berekening vermenigvuldig je de lengte van de leiding met het gekozen afschot per meter. Bij een leiding van 5 meter en een afschot van 10 millimeter per meter is het hoogteverschil dus 50 millimeter, oftewel 5 centimeter. Het uiteinde aan de afvoerkant ligt dan 5 centimeter lager dan het begin.

Lengte leiding Bij 5 mm per meter Bij 10 mm per meter Bij 20 mm per meter
2 meter 1 cm 2 cm 4 cm
5 meter 2,5 cm 5 cm 10 cm
10 meter 5 cm 10 cm 20 cm

Je ziet het afschot ook als percentage of verhouding. Zo is 5 millimeter per meter hetzelfde als 0,5% of 1:200. Bij 10 millimeter per meter is het afschot 1%.

Welk afschot kies je voor een afvoer binnen of buiten?

Voor een liggende afvoer onder de vloer of in de kruipruimte is ongeveer 10 millimeter per meter een bruikbaar uitgangspunt. Bij een keukenafvoer wordt vaak 20 millimeter per meter aangehouden om de kans op vetafzetting te beperken.

Buiten wordt voor huisriolering vaak 5 millimeter per meter gebruikt. De hoogte van het aansluitpunt bepaalt hoeveel ruimte er beschikbaar is: vanaf dat punt reken je het hoogteverschil terug omhoog naar de woning. Bij een lange leiding kan dat verschil flink oplopen.

Een liggende hemelwaterafvoer krijgt meestal minstens 5 millimeter afschot per meter. Dat helpt voorkomen dat er water in de leiding blijft staan. Voor een aansluiting op het gemeentelijke riool kunnen plaatselijke voorwaarden gelden.

Wat geldt voor een buis van 110 of 40 millimeter?

Bij een liggende rioolbuis van 110 millimeter kun je voor het afschot uitgaan van de genoemde 5 tot 20 millimeter per meter als het om een verzamelleiding voor afvalwater gaat. Een buis van die diameter heeft dus niet automatisch meer afschot nodig dan een kleinere buis.

Ook bij een afvoer van 40 millimeter is ongeveer 10 millimeter per meter een praktisch uitgangspunt voor het liggende deel. De juiste aanleg hangt wel af van de aangesloten afvoer en de situatie. De diameter alleen bepaalt het benodigde afschot niet.

Te weinig, te veel of verkeerd afschot

Bij te weinig afschot stroomt water minder goed weg en kan vuil in de leiding achterblijven. Loopt een deel zelfs de verkeerde kant op, dan heet dat tegenschot. Water kan zich dan verzamelen op het laagste punt, bijvoorbeeld waar de leiding is doorgezakt.

Meer afschot is niet automatisch beter. Een te steile liggende leiding kan ongunstige stroming geven en in bochten voor opstuwing zorgen. Blijf voor een verzamelleiding daarom binnen de genoemde bandbreedte.

Zo meet je het hoogteverschil

Bepaal eerst waar de leiding op moet aansluiten en meet de lengte tot het beginpunt. Reken daarna uit hoeveel de buis over die afstand moet dalen. Bij 5 meter leiding en 10 millimeter per meter teken je het beginpunt 5 centimeter hoger af dan het eindpunt.

Gebruik een waterpas of laser om een horizontale referentielijn te maken. Meet vanaf die lijn naar dezelfde kant van de buis, bijvoorbeeld steeds naar de bovenkant. Controleer ook tussen de uiteinden of de leiding gelijkmatig afloopt en nergens doorhangt. Zo meet je niet alleen het totale verschil, maar ook of het afschot onderweg behouden blijft.

Vergelijkbare artikelen