Drainagekratten zijn kunststof kratten die je onder de grond plaatst om regenwater tijdelijk op te vangen. Vanuit de kratten zakt het water langzaam weg in de bodem. Ze worden ook infiltratiekratten genoemd en zijn vooral geschikt voor regenwater van een dak of verhard oppervlak.
De kratten bieden veel ruimte voor water, maar werken alleen goed als de bodem voldoende water opneemt. Ook moeten ze boven het grondwater liggen en groot genoeg zijn voor de hoeveelheid regenwater die erop afkomt.
Hoe werken drainagekratten?
Een infiltratiekrat is van binnen grotendeels hol. Regenwater stroomt via een buis naar de krat en vult de open ruimte. Daarna trekt het via de zijkanten en onderkant geleidelijk de grond in. Zo blijft het water niet op het oppervlak staan en komt het niet direct in het riool terecht.
Om de krat zit waterdoorlatend filterdoek, ook wel geotextiel genoemd. Dat laat water door, maar helpt voorkomen dat grond in de openingen terechtkomt. Meerdere kratten kunnen aan elkaar worden gekoppeld als één krat te weinig ruimte biedt.
De kratten zijn bedoeld voor relatief schoon regenwater. Afvalwater uit bijvoorbeeld de keuken, douche of het toilet hoort er niet in.
Wanneer zijn infiltratiekratten geschikt?
Een tuin met goed doorlatende zandgrond is vaak geschikt voor infiltratiekratten. Het opgevangen water kan daar doorgaans makkelijker wegzakken dan in zware kleigrond. Bij slecht doorlatende grond blijven de kratten langer vol, waardoor er bij een volgende bui minder ruimte over is.
Ook de grondwaterstand speelt mee. Staat het grondwater hoog, dan is er minder ruimte om regenwater in de bodem op te nemen. Een krat die in het grondwater staat, heeft weinig beschikbare ruimte voor een nieuwe regenbui.
Let daarnaast op de beschikbare plek. De kratten moeten bereikbaar zijn voor aanleg en mogen geen wateroverlast bij de woning of bij buren veroorzaken. Bij een kleine tuin, hoge grondwaterstand of slecht doorlatende bodem is een andere oplossing soms verstandiger.
Hoeveel drainagekratten heb je nodig?
Het benodigde aantal hangt af van de oppervlakte die je aansluit, de inhoud van de kratten en hoe snel het water in de bodem wegzakt. Ook maakt het uit hoeveel water je bij een flinke bui wilt kunnen opvangen.
Als ruwe indicatie kan een krat van ongeveer 205 liter geschikt zijn voor circa 10 m² plat dak op zandgrond. Voor een groter dak zijn vaak meer kratten nodig. Op minder doorlatende grond kan ook meer opslagruimte nodig zijn, omdat het water langzamer wegzakt.
Dit voorbeeld is geen vaste rekensom voor iedere tuin. Een berekening op basis van het aangesloten oppervlak, de grondsoort, de grondwaterstand en de lokale eisen geeft een betere maat voor jouw situatie.
Waar en hoe diep plaats je de kratten?
Kies een plek waar het water rondom de kratten in de grond kan trekken. Plaats ze niet direct tegen de woning, zodat het opgevangen water niet onnodig dicht bij de kelder of fundering terechtkomt. Houd ook afstand van plekken waar wateroverlast bij de buren kan ontstaan.
De juiste diepte verschilt per product en situatie. Boven de kratten moet voldoende grond liggen om de belasting te dragen. Onder een gazon is die belasting anders dan onder een plek waar auto’s rijden. Niet iedere krat is geschikt voor plaatsing onder een oprit.
De bodem van de voorziening moet voldoende boven de grondwaterstand blijven om ruimte voor infiltratie te houden. De vereiste gronddekking en eventuele vorstvrije plaatsing vind je in de installatievoorschriften van de fabrikant.
Drainagekratten aanleggen in de tuin
Een kleine voorziening kun je zelf aanleggen als de plaats en capaciteit goed zijn bepaald. In grote lijnen gaat dat zo:
- Graaf een gat waarin de kratten passen en maak de bodem vlak en stevig.
- Bekleed de voorziening met het voorgeschreven filterdoek. Het doek moet ook bij naden en aansluitingen voorkomen dat grond in de kratten komt.
- Plaats en koppel de kratten volgens de instructies van de fabrikant.
- Sluit de aanvoer voor regenwater aan. Een bladafscheider en zandvang helpen voorkomen dat vuil zich in de kratten ophoopt.
- Vul het gat rondom en boven de kratten aan met geschikte grond, zonder de voorziening te beschadigen.
Een inspectiepunt maakt het makkelijker om de aanvoer en zandvang te bekijken en schoon te maken. Denk ook na over wat er gebeurt als de kratten bij een zware bui vol raken. Een veilige overloop voorkomt dat het water ongewenst naar de woning of de buren stroomt. Voor een aansluiting op een gemeentelijke voorziening kunnen lokale regels gelden.
Kosten en nadelen van drainagekratten
De kosten bestaan niet alleen uit de kratten. Je betaalt ook voor filterdoek, aansluitmateriaal en eventueel een bladafscheider, zandvang en inspectiepunt. Laat je het werk uitvoeren, dan komen daar graafwerk en arbeidskosten bij. De prijs hangt daardoor sterk af van het aantal kratten en de bereikbaarheid van de tuin.
Een nadeel is dat de kratten na aanleg onder de grond liggen. Raken ze verstopt met zand of ander vuil, dan zijn ze lastig schoon te maken. Het is daarom handig om vooral de onderdelen vóór de kratten bereikbaar te houden en vuil daar weg te halen.
Verder bieden kratten geen onbeperkte opvang. Als de bodem verzadigd is of de voorziening vol zit, kan extra regenwater niet meteen weg. Goed onderhoud verandert niets aan een te kleine voorziening of een bodem die nauwelijks water doorlaat.
Veelgestelde vragen over drainagekratten
Kun je drainagekratten onder een oprit leggen? Dat kan alleen als de kratten en de manier van inbouwen geschikt zijn voor de belasting door voertuigen. De vereiste gronddekking verschilt per product.
Moet je infiltratiekratten schoonmaken? Verwijder vooral bladeren en slib uit de bladafscheider, zandvang en bereikbare inspectiepunten. Zo voorkom je dat veel vuil in de kratten zelf terechtkomt.
Kun je later kratten toevoegen? Koppelbare kratten kunnen vaak worden uitgebreid, maar daarvoor moet je opnieuw graven. Er moet ook genoeg geschikte ruimte in de bodem zijn.
Hoe lang blijft water in een infiltratiekrat staan? Dat hangt onder meer af van de hoeveelheid regen, de doorlatendheid van de bodem en de grondwaterstand. Op doorlatende grond zal het water doorgaans sneller wegzakken dan op zware kleigrond.
Begin bij de keuze voor drainagekratten met de bodem en de hoeveelheid aangesloten dak of verharding. Pas daarna kun je bepalen hoeveel opslagruimte nodig is en waar de kratten het water veilig kunnen afgeven.
