Optrekkend vocht binnenmuur: oorzaken, herkenning en twee effectieve oplossingen

door Klaas
3 keer bekeken

Optrekkend vocht in een binnenmuur herken je aan natte vlekken onderin de muur, loslaten van verf of behang, zoutuitslag en een muffe geur. Het vocht komt via capillaire werking omhoog vanuit de bodem, dwars door het muurwerk. Er zijn twee bewezen methodes om dit aan te pakken: injectie met een vochtwerend middel of het aanbrengen van waterkeringsfolie. Welke het beste past, hangt af van de bouwwijze van je muur en hoe ernstig het probleem is.

Hoe herken je optrekkend vocht in een binnenmuur?

Het begint bijna altijd onderin de muur, op een hoogte van 0 tot maximaal ongeveer 1,5 meter. Het vocht trekt op via de poriën in het metselwerk en de voegen. Naarmate het vocht verdampt, laat het zouten achter, wat je ziet als witte aanslag (uitslaande zouten of “schilfers”). Verf of stucwerk blaasjes en laat los, en behang begint te bollen of te vergelen.

Een natte binnenmuur is niet altijd opstijgend vocht. Controleer ook op lekkages vanuit het dak, condensatie door slechte ventilatie of een beschadigde buitenpleister. Opstijgend vocht heeft een typisch profiel: de vochtplek zit laag, loopt min of meer horizontaal en is in de winter vaak erger dan in de zomer.

Waarom ontstaat optrekkend vocht in een binnenmuur?

In oudere woningen, gebouwd vóór pakweg 1970, is vaak geen horizontale vochtbarrière aanwezig in het metselwerk. Zo’n barrière heet een waterkering of muurplaat. Zonder die laag kan grondvocht vrij opstijgen via het capillaire systeem van steen en mortel. Hoe poreuzer het materiaal, hoe hoger het vocht kan komen.

Beschadigde of ontbrekende fundering, een te hoog grondwaterpeil of slecht afwaterende bestrating rondom het huis verergeren het probleem. Ook een bestaande vochtbarrière die na tientallen jaren verouderd of gebroken is, leidt opnieuw tot optrekkend vocht.

Methode 1: de vochtige binnenmuur injecteren

Bij injectie boor je op een vaste hoogte (meestal 5 tot 10 cm boven de vloer) gaten in het metselwerk, op onderlinge afstand van doorgaans 10 tot 12 cm. Via die gaten breng je een vloeistof of crème aan die in de poriën van de steen trekt en daar uithardt tot een waterafstotende laag. Dit vormt een nieuwe, horizontale vochtbarrière in de bestaande muur.

De meestgebruikte middelen zijn silicaatvloeistof of siliconenemulsie. Silicaatinjectie werkt goed in volledig massief metselwerk. Siliconencrème is eenvoudiger zelf aan te brengen, omdat het niet wegloopt en je geen pomp nodig hebt. Na de injectie moeten de gaten worden gedicht en kan de muur opnieuw worden gepleitsterd met een vochtregulerende pleister (ook wel saneringspleister of saneerpleister). Dat is belangrijk: gewone pleister trekt vocht aan en houdt het vast, wat de situatie verergert.

Injectie is minder invasief dan folie aanbrengen en ook toepasbaar zonder de vloer te slopen. Nadeel is dat het resultaat sterk afhankelijk is van de uitvoering en de porositeit van het metselwerk. Bij onregelmatig of gevuld metselwerk verspreidt het middel zich soms ongelijkmatig.

Methode 2: waterkeringsfolie aanbrengen

De tweede methode is het aanbrengen van een fysieke vochtbarrière in de vorm van folie. Je zaagt of hakt een horizontale sleuf in de muur op lage hoogte, schuift daarin een strook zwaar polyethyleen- of bitumenfolie en dichts de sleuf daarna weer. Zo snij je het capillaire transport letterlijk af.

Dit is de meest zekere oplossing, omdat je een aaneengesloten, waterdichte laag aanlegt die niet afhankelijk is van de porositeit van het materiaal. Maar de ingreep is ingrijpender: je hebt gereedschap nodig voor het zagen van metselwerk, de muur heeft daarna reparatie nodig en bij dikkere muren is de uitvoering arbeidsintensief. In veel gevallen is dit werk voor een vakman.

Welke methode kies je voor een binnenmuur?

Voor een binnenmuur is injectie met siliconencrème vaak de meest praktische keuze als je het zelf wilt aanpakken. De wand blijft grotendeels intact, je hebt geen zwaar gereedschap nodig en het product is in doe-het-zelfwinkels verkrijgbaar. Folie is geschikter als injectie al eerder gefaald heeft, als het metselwerk te onregelmatig is voor een goede injectie, of bij zwaar aangetaste muren.

Combineer altijd de behandeling met de juiste pleister achteraf. Een behandelde muur opnieuw afwerken met gewone gipspleister of latex muurverf zet de resultaten teniet. Gebruik saneringspleister en ademende muurverf op minerale basis.

Wat kun je zelf doen en wanneer schakel je een expert in?

Siliconencrème-injectie in een binnenmuur is voor een handige doe-het-zelver haalbaar. Je hebt een boorhamer, een spuitbus of injectiespuit en het juiste product nodig. Volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant nauwkeurig op, met name de aanbevolen boordiameter, -diepte en de wachttijd voor het dichten van de gaten.

Schakel een gespecialiseerd bedrijf in als de muur aan beide kanten nat is en de vochtzône breed en hoog is (boven 1 meter), als de fundering aangetast lijkt, of als je na een eerdere behandeling geen verbetering zag. Een expert kan met vochtmeting (in procenten) bepalen hoe ernstig het probleem is en welke aanpak het meest geschikt is.

Bij een bestaande binnenmuur met optrekkend vocht ben je er niet met alleen een laagje verf of kitafdichting. De oorzaak zit in het metselwerk zelf, en daar moet de oplossing ook zitten. Met de juiste behandeling en een goede afwerking erna houd je de muur droog en voorkom je terugkeer van het probleem.

Vergelijkbare artikelen