Een muur injecteren tegen optrekkend vocht is de meest gebruikte methode om een natte of vochtige muur van binnenuit te behandelen. Je boort gaatjes in de muur en spuit daarin een waterafstotende gel of vloeistof, die in de steen trekt en een horizontale barrière vormt. Die barrière stopt het opstijgend vocht voordat het verder omhoog kruipt.
Dit is een doe-het-zelf-methode die voor de meeste metselwerkconstructies geschikt is, mits je de stappen zorgvuldig uitvoert. Hieronder lees je precies hoe het werkt, welk middel je kiest en waar de valkuilen zitten.
Hoe werkt muur injecteren tegen optrekkend vocht?
Optrekkend vocht ontstaat doordat grondwater via capillaire werking omhoog trekt door steen en voegwerk. In oudere woningen ontbreekt vaak een waterkerende laag (de zgn. horizontale isolatielaag). Injecteren simuleert zo’n laag door een chemisch middel diep in het metselwerk te brengen. Het middel vult de kleine poriën in de steen en het voegwerk, waarna het uithardt en water buiten houdt.
Het resultaat is geen snelle fix: steen droogt na de injectie ongeveer 1 centimeter per maand op. Een muur die 10 centimeter nat is, heeft dus al gauw tien maanden nodig om volledig droog te worden. Reken daar op voor je de muur afwerkt.
Welk injectiemiddel gebruik je?
Er zijn twee gangbare typen: injectiegels en injectievloeistoffen op basis van silaan of siloxaan. Bekende producten die in de praktijk worden gebruikt zijn Dryzone (een gel) en vergelijkbare gels van merken als Soudal of Vandex. Gel heeft als voordeel dat het minder snel wegloopt als de steen iets natter is. Vloeistoffen dringen soms dieper in, maar zijn gevoeliger voor een verkeerde verhouding.
- Injectiegel (bv. Dryzone): makkelijk zelf aan te brengen, blijft goed op zijn plek, geschikt voor vochtige steen.
- Injectievloeistof: iets goedkoper per liter, maar vereist een injectiepomp onder lage druk en meer nauwkeurigheid.
Voor een doe-het-zelf-project is gel vrijwel altijd de handigste keuze. Je drukt het gewoon in het boorgat met een kitspuit of speciale doseerpomp die bij het product hoort.
Stap voor stap: muur injecteren
1. Verwijder de onderste laag pleisterwerk. Hak de bestaande bezetting weg tot circa 50 centimeter boven de zichtbare vochtvlek. Vochtige pleister houdt het injectiemiddel tegen en moet hoe dan ook vervangen worden.
2. Bepaal de injektiehoogte. Boor altijd vlak boven het maaiveld of de vloer, in de eerste of tweede laag metselwerk. Dat is waar de barrière moet komen, niet halverwege de natte zone.
3. Boor de gaten. Gebruik een steenboor van 12 tot 16 mm. Boor de gaten schuin naar beneden (circa 30 tot 45 graden) zodat het middel niet terugloopt. De diepte is ongeveer drie kwart van de muurdikte, dus bij een muur van 30 cm boor je circa 22 tot 23 cm diep. De onderlinge afstand tussen de gaten is doorgaans 10 tot 12 cm.
4. Blaas de boorgaten schoon. Gebruik perslucht of een eenvoudig blaasblaasje om stof en steenresten te verwijderen. Resten blokkeren de intrek van het injectiemiddel.
5. Injecteer het middel. Vul elk gat volledig met gel of vloeistof. Bij gel druk je de spuit langzaam in terwijl je de spuit terugtrekt, zodat het gat van diep naar buiten wordt gevuld. Herhaal dit na een paar uur als het middel al is ingetrokken en er ruimte is bijgekomen.
6. Dicht de gaten. Sluit de boorgaten na de injectie met een cementmortel of een geschikte reparatiemassa. Laat alles goed uitharden.
7. Wacht met afwerken. Gebruik voor de nieuwe pleister een speciale saneringspleister (ook wel renovatiepleister of WTA-pleister). Gewone gipspleister trek je er niet overheen: die is niet bestand tegen de resterende zouten en het vocht dat nog in de muur zit tijdens het opdrogen.
Veelgemaakte fouten
De grootste fout is te vroeg pleisteren. Veel mensen behandelen de muur, wachten een paar weken en brengen dan direct gipspleister aan. De muur is dan van binnen nog lang niet droog, en de pleister bladdert er binnen een jaar weer af. Wacht minimaal een droog zomerseizoen, of gebruik saneringspleister die vocht en zout kan opnemen.
Een tweede valkuil is te ondiep boren. Als het boorgat minder dan drie kwart van de muurdikte bereikt, behandel je alleen het buitenste deel van de steen. Het injectiemiddel vormt dan geen doorlopende barrière en vocht trekt gewoon verder omhoog via de onbehandelde kern.
Tot slot: injecteren helpt niet als de oorzaak ergens anders ligt. Is er sprake van een lekkend dak, een beschadigde regenpijp of condensatie? Dan lost injecteren niets op. Controleer eerst of je het echt met optrekkend vocht te maken hebt (vochtplek begint onderin de muur, trekt omhoog, is het ergst na een natte winter) voor je aan de slag gaat.
Een muur injecteren is voor de gemiddelde klussen-doe-het-zelver goed te doen. Met de juiste gel, een goede boor en genoeg geduld voor het droogproces zet je een duurzame barrière die optrekkend vocht stopt. Laat je daarna niet verleiden door goedkope gipspleister als afwerking: juist dat laatste deel bepaalt of het resultaat jarenlang standhoudt.
