Een ventilatiekoker voor de kruipruimte is een buis of kanaal dat de ruimte onder je vloer met de buitenlucht verbindt. Via kokers aan verschillende zijden van de woning kan lucht door de kruipruimte stromen. De juiste plek en de vrije opening zijn daarbij minstens zo belangrijk als het aantal kokers.
Hoe werkt een ventilatiekoker in de kruipruimte?
Een ventilatiekoker loopt van de kruipruimte door de gevel of fundering naar buiten. Aan de buitenkant zit een afwerking met openingen die lucht doorlaten en vuil en dieren zo veel mogelijk tegenhouden. De koker moet ook aan de binnenkant vrij uitkomen in de kruipruimte.
Wind en temperatuurverschillen helpen de lucht door de kokers te bewegen. Met openingen aan verschillende kanten van de woning kan lucht de ruimte in en uit. Ventilatie kan vochtige lucht afvoeren, maar maakt een natte bodem niet vanzelf droog. Ook kan buitenlucht soms juist vocht aanvoeren.
Waar plaats je ventilatiekokers voor de kruipruimte?
Voor een goede luchtstroom is spreiding nodig. Kokers die dicht bij elkaar aan dezelfde gevel zitten, verversen mogelijk vooral de lucht vlak bij die openingen. Plaats ze waar mogelijk aan tegenoverliggende gevels, zodat de lucht een grotere route onder de vloer kan afleggen.
Let bij het bepalen van de plek op deze punten:
- Vrije doorgang: de opening binnen en buiten mag niet worden afgesloten door aarde, isolatiemateriaal of andere spullen.
- Hoogte buiten: de buitenopening moet niet onder aarde, bestrating of een laag water verdwijnen.
- Indeling onder de vloer: tussenmuren of afgesloten vakken kunnen de luchtstroom blokkeren. Eén koker bereikt dan niet vanzelf de hele kruipruimte.
- Leidingen en constructie: een opening mag niet zomaar door leidingen of belangrijke delen van de fundering worden geboord.
Een koker kan schuin door de gevel lopen of met een bocht naar een lager gelegen kruipruimte worden geleid. Welke vorm past, hangt af van de hoogte van de vloer, de fundering en de ruimte buiten.
Hoeveel ventilatiekokers zijn nodig?
Als grove richtlijn wordt soms één ventilatiekoker per ongeveer 12 vierkante meter vloeroppervlak aangehouden. Voor een kruipruimte van ongeveer 36 vierkante meter kom je daarmee op drie kokers. Dat is geen vast voorschrift of garantie voor voldoende luchtverversing.
De maat van het kanaal, de vrije opening en de verdeling over de gevels tellen ook mee. Een fijnmazige afwerking kan bijvoorbeeld een deel van de luchtopening beperken. Ook het vloertype, de hoeveelheid vocht en eventuele tussenmuren spelen een rol. Een specialist kan bepalen welke combinatie van aantal, afmeting en plaats bij jouw woning past.
Een ventilatiekoker plaatsen of laten plaatsen?
Een bestaande opening gebruiken is eenvoudiger dan een nieuwe doorgang maken. Voor een nieuwe koker moet je weten waar kabels en leidingen lopen en of boren op die plek veilig is. Vooral bij een fundering is een beoordeling door een vakman verstandig: een verkeerd gat kan de constructie beschadigen.
Ga niet zonder veiligheidsmaatregelen de kruipruimte in. De ruimte kan slecht bereikbaar zijn en er kunnen gevaarlijke gassen aanwezig zijn. Laat het werk over aan een vakman als je de omstandigheden niet veilig kunt beoordelen.
Controleer na plaatsing of beide uiteinden open zijn en de koker niet door grond of materiaal is geblokkeerd. Zo blijft de verbinding tussen buitenlucht en kruipruimte bruikbaar.
