Wat is de verleden tijd van verhuizen?

door Klaas
4 keer bekeken
verhuizen verleden tijd

De verleden tijd van verhuizen is verhuisde in het enkelvoud en verhuisden in het meervoud. Je schrijft bijvoorbeeld: ‘Ik verhuisde naar een andere woning’ en ‘Wij verhuisden samen.’

Verhuizen in de verleden tijd vervoegen

Gebruik je verhuizen als persoonsvorm in de verleden tijd, dan schrijf je altijd een d. De volledige vervoeging ziet er zo uit:

Persoon Verleden tijd
Ik verhuisde
Jij of je verhuisde
U verhuisde
Hij, zij of het verhuisde
Wij of we verhuisden
Jullie verhuisden
Zij of ze verhuisden

Bij één persoon schrijf je dus verhuisde. Gaat het over meerdere personen, dan schrijf je verhuisden. Dat hoor je terug in zinnen als ‘Mijn buurvrouw verhuisde vorige maand’ en ‘Mijn buren verhuisden vorige maand’.

Waarom schrijf je verhuisde met een d?

Voor de verleden tijd kun je de regel van ’t kofschip gebruiken. Haal eerst en van het hele werkwoord verhuizen af. Je houdt dan verhuiz over. De laatste letter is een z en die staat niet in ’t kofschip. Daarom krijgt de verleden tijd een d: verhuisde of verhuisden.

Dat kan verwarrend zijn, omdat je in de tegenwoordige tijd ik verhuis met een s schrijft. Voor de regel kijk je niet naar die s, maar naar de z in verhuizen.

Verhuisd of verhuist?

Verhuisd en verhuist zijn allebei goed, maar je gebruikt ze op een andere plek in de zin:

  • Verhuisd is het voltooid deelwoord. Je gebruikt het bijvoorbeeld met ben, bent of is: ‘Ik ben verhuisd’ en ‘Zij is verhuisd.’
  • Verhuist is een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: ‘Hij verhuist volgende week’ en ‘Jij verhuist naar een nieuw huis.’

Ook bij het voltooid deelwoord helpt de regel van ’t kofschip: de z staat er niet in, dus verhuisd eindigt op een d. In een zin met ben of is schrijf je daarom niet ‘Ik ben verhuist’, maar ‘Ik ben verhuisd’.

Staat jij achter de persoonsvorm? Dan verdwijnt de t: ‘Verhuis jij binnenkort?’ In de verleden tijd blijft de vorm hetzelfde: ‘Verhuisde jij vorige maand?’

Ben verhuisd of heb verhuisd?

Als je vertelt dat je naar een andere woning bent gegaan, is ben verhuisd de gebruikelijke keuze: ‘Ik ben naar een appartement verhuisd.’ Ook heb verhuisd komt voor, bijvoorbeeld als je de nadruk legt op de activiteit: ‘Ik heb al vaak verhuisd.’

Voor een zin over een afgeronde verhuizing kun je eenvoudig onthouden: gisteren verhuisde je, en nu ben je verhuisd.

Vergelijkbare artikelen